
Wat hebben je darmen met je oestrogeen te maken?
Darmbacteriën kunnen mede bepalen hoeveel verwerkt oestrogeen wordt uitgescheiden of opnieuw opgenomen. Microbioomonderzoek, urineonderzoek naar metabolieten en hormoonbepalingen belichten ieder een ander deel van deze wisselwerking.
Bij opvliegers, een veranderende menstruatie, stemmingswisselingen of gewichtstoename denken we al snel aan hormonen. Bij een opgeblazen buik, obstipatie of diarree kijken we naar de darmen. Maar steeds duidelijker wordt dat deze twee systemen niet los van elkaar functioneren.
Darmbacteriën kunnen namelijk invloed hebben op de manier waarop oestrogenen worden verwerkt en uitgescheiden. Andersom kunnen hormonale veranderingen de samenstelling en werking van het darmmicrobioom veranderen.
Deze wisselwerking noemen wetenschappers de microbioom-oestrogeen-as. Vooral tijdens de overgang is dit een interessant onderzoeksgebied. Het betekent niet dat alle hormonale klachten vanuit de darmen ontstaan. Het laat wel zien waarom voeding, darmgezondheid, leverfunctie en hormonen soms gezamenlijk moeten worden bekeken.
Wat is de microbioom-oestrogeen-as?
Het darmmicrobioom bestaat uit biljoenen bacteriën en andere micro-organismen die in je darmen leven. Ze helpen onder andere bij:
- het afbreken van voedingsvezels;
- de productie van korteketenvetzuren;
- het onderhouden van de darmwand;
- de ondersteuning van het immuunsysteem;
- de verwerking van galzuren, medicijnen en hormonen.
Een deel van het darmmicrobioom is betrokken bij de verwerking van oestrogenen. Dit wordt het estroboloom genoemd.
Het estroboloom is geen apart orgaan en ook geen specifieke bacteriesoort. Het is een verzamelnaam voor darmbacteriën en bacteriële functies die invloed kunnen uitoefenen op de uitscheiding en heropname van oestrogenen.
Zo werken lever, darmen en oestrogeen samen
Nadat oestrogenen hun werk in het lichaam hebben gedaan, worden ze door de lever verwerkt. De lever koppelt de hormonen aan andere stoffen, zodat ze via gal en ontlasting kunnen worden uitgescheiden.
Eenmaal in de darm kunnen bepaalde bacteriën enzymen produceren die deze koppeling weer losmaken. Een belangrijk enzym daarbij is bèta-glucuronidase.
Wanneer oestrogenen in de darm opnieuw worden vrijgemaakt, kan een deel weer door de darmwand worden opgenomen. Ze komen dan opnieuw in de bloedbaan terecht. Dit proces heet de enterohepatische kringloop.
Kort samengevat:
- Oestrogenen circuleren door het lichaam.
- De lever maakt ze geschikt voor uitscheiding.
- Via de gal komen ze in de darm terecht.
- Darmbacteriën kunnen een deel opnieuw vrijmaken.
- Vrijgemaakt oestrogeen kan worden uitgescheiden of opnieuw worden opgenomen.
De activiteit van darmbacteriën kan dus mede bepalen hoeveel verwerkt oestrogeen het lichaam verlaat en hoeveel opnieuw gaat circuleren.
Betekent meer bèta-glucuronidase automatisch meer oestrogeen?
Nee. Het lichaam is hiervoor te complex.
De hoeveelheid oestrogeen in het lichaam wordt ook bepaald door:
- de werking van de eierstokken;
- leeftijd en levensfase;
- de menstruatiecyclus;
- vetweefsel;
- leverfunctie;
- lichaamsgewicht;
- alcoholgebruik;
- medicatie;
- hormonale anticonceptie of hormoontherapie;
- genetische factoren.
Ook weten we nog niet welke hoeveelheid bèta-glucuronidase voor iedere vrouw optimaal is. De aanwezigheid van bacteriën die dit enzym kunnen produceren, bewijst daarom niet dat iemand te veel oestrogeen heeft.
Het estroboloom is één schakel binnen een veel groter systeem.
De wisselwerking gaat twee kanten op
Darmbacteriën kunnen de verwerking van oestrogenen beïnvloeden, maar oestrogenen hebben op hun beurt invloed op de darmen.
Oestrogenen spelen mogelijk een rol bij:
- de samenstelling en diversiteit van het microbioom;
- de beweeglijkheid van de darm;
- het darmslijmvlies;
- de barrièrefunctie van de darm;
- immuun- en ontstekingsprocessen.
Dat kan mede verklaren waarom sommige vrouwen tijdens de perimenopauze of menopauze veranderingen merken in hun spijsvertering. Denk aan een opgeblazen gevoel, obstipatie, dunnere ontlasting of een veranderde reactie op bepaalde voedingsmiddelen.
Een recente wetenschappelijke review beschrijft verbanden tussen de overgang, het darmmicrobioom en de verwerking van oestrogenen. De onderzoekers benadrukken tegelijkertijd dat er nog geen universeel "gezond menopauzemicrobioom" is vastgesteld. Leeftijd, afkomst, leefstijl en voeding zorgen voor grote individuele verschillen. Bekijk de wetenschappelijke review: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41978103/
Welke klachten kunnen tegelijkertijd voorkomen?
Veranderingen in hormonen en darmfunctie kunnen in dezelfde levensfase optreden. Mogelijke klachten zijn:
- een veranderende of onregelmatige menstruatie;
- opvliegers en nachtzweten;
- gevoelige borsten;
- stemmingswisselingen;
- slechter slapen;
- gewichtstoename rond de buik;
- een opgeblazen buik;
- obstipatie of wisselende ontlasting;
- meer gevoeligheid voor bepaalde voedingsmiddelen;
- vermoeidheid;
- gewrichtsklachten.
Deze klachten bewijzen niet dat het estroboloom uit balans is. Ze kunnen ook samenhangen met de overgang zelf, schildklierproblemen, ijzertekort, stress, slaaptekort, insulineresistentie, medicatie of een darmaandoening.
Daarom is het belangrijk om niet op basis van klachten alleen te concluderen dat je "te veel oestrogeen" of een "lekkende darm" hebt.
Kan voeding de microbioom-oestrogeen-as beïnvloeden?
Voeding is een van de belangrijkste factoren waarmee je de leefomgeving van darmbacteriën kunt beïnvloeden. Dat betekent niet dat één voedingsmiddel je hormonen herstelt. Het totale voedingspatroon telt.
Eet voldoende vezels
Vezels vormen voeding voor verschillende darmbacteriën. Bij de fermentatie van vezels ontstaan korteketenvetzuren, waaronder butyraat. Deze stoffen ondersteunen de darmwand en spelen een rol bij ontstekingsregulatie.
Vezels dragen ook bij aan een regelmatige stoelgang. Wanneer ontlasting lang in de darm blijft, is er meer tijd voor stoffen om opnieuw te worden opgenomen.
Goede bronnen zijn:
- groenten;
- fruit;
- peulvruchten;
- volkoren granen;
- haver;
- noten;
- zaden;
- gemalen lijnzaad.
Bouw vezels geleidelijk op wanneer je darmen daar nog niet aan gewend zijn.
Varieer met plantaardige producten
Verschillende bacteriën gebruiken verschillende voedingsstoffen. Regelmatig wisselen tussen groenten, fruit, peulvruchten, kruiden, noten en granen ondersteunt daarom meer bacteriële functies dan iedere dag hetzelfde eten.
Het gaat niet alleen om de hoeveelheid planten, maar ook om de variatie.
Gebruik gefermenteerde voeding als je die verdraagt
Yoghurt met levende culturen, kefir, zuurkool, kimchi en andere gefermenteerde producten kunnen onderdeel zijn van een gevarieerd voedingspatroon.
Niet iedereen reageert hier hetzelfde op. Bij gevoelige darmen is het verstandig met kleine hoeveelheden te beginnen.
Denk aan polyfenolen
Polyfenolen zijn plantaardige stoffen die onder andere voorkomen in:
- bessen;
- druiven;
- groene thee;
- cacao;
- koffie;
- olijfolie;
- kruiden;
- gekleurde groenten.
Darmbacteriën helpen deze stoffen om te zetten. Daarbij ontstaan metabolieten die mogelijk invloed hebben op de darmwand, ontstekingsprocessen en stofwisseling.
Soja en lijnzaad werken niet bij iedereen hetzelfde
Soja bevat isoflavonen en lijnzaad bevat lignanen. Darmbacteriën kunnen deze plantaardige stoffen omzetten in verbindingen met een zwakke oestrogeenachtige of oestrogeenmodulerende werking.
Niet iedereen beschikt over precies dezelfde bacteriën. Daardoor kan de één anders reageren op soja of lijnzaad dan de ander.
Normale voedingsmiddelen zoals tofu, tempeh, sojabonen en gemalen lijnzaad zijn niet hetzelfde als sterk geconcentreerde supplementen. Bespreek het gebruik van hooggedoseerde supplementen met een arts of apotheker wanneer je een hormoongevoelige aandoening hebt of medicijnen gebruikt.
Beperk alcohol
Alcohol heeft invloed op zowel de lever als de darmbarrière en het microbioom. Daarnaast is alcoholgebruik in onderzoek in verband gebracht met hogere concentraties van bepaalde geslachtshormonen bij vrouwen. Bekijk de meta-analyse: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38824654/
Minder alcohol drinken is daarom een van de duidelijkste leefstijlmaatregelen om zowel de hormoonverwerking als de algemene gezondheid te ondersteunen.
Kun je de microbioom-oestrogeen-as testen?
Er bestaat niet één test die kan vaststellen of de volledige microbioom-oestrogeen-as "in balans" is. Wel kunnen verschillende onderzoeken elk een deel ervan zichtbaar maken.
Microbioomonderzoek
De InnerBuddies microbioomtest onderzoekt via een ontlastingsmonster onder andere:
- de samenstelling van de darmbacteriën;
- de bacteriële diversiteit;
- gunstige en mogelijk ongunstige bacteriegroepen;
- bacteriële functies en metabole routes;
- functies rond vezelverwerking en korteketenvetzuren.
Op basis van de uitslag, een vragenlijst en een voedingsdagboek kunnen persoonlijke voedingsadviezen worden opgesteld.
De test meet geen oestrogeen. Ook kan hij niet aantonen dat bepaalde hormonale klachten door het microbioom worden veroorzaakt. Hij geeft inzicht in de darmomgeving en de bacteriële functies die mogelijk bij de verwerking van oestrogenen betrokken zijn.
Oestrogeenmetabolieten in urine
Met de oestrogeenmetabolietentest worden verschillende afbraakproducten van oestrogenen in urine gemeten, waaronder:
- 2-OHE1;
- 2-MeOE1;
- 4-OHE1;
- 4-MeOE1;
- 16α-OHE1;
- de verhouding tussen 2-OHE1 en 16α-OHE1.
Deze test geeft informatie over de routes waarlangs oestrogenen zijn verwerkt en uitgescheiden. De uitslag wordt niet alleen door het microbioom bepaald, maar ook door de lever, hormoonproductie, voeding, lichaamsgewicht, medicatie en erfelijke factoren.
Een urinetest kan daarom niet zelfstandig aantonen dat de darmflora verantwoordelijk is voor hormonale klachten.
Hormonen in bloed
Afhankelijk van de leeftijd, cyclus en klachten kan aanvullend hormoononderzoek bestaan uit:
- estradiol;
- FSH;
- LH;
- progesteron;
- SHBG.
Estradiol is een momentopname. Bij menstruerende vrouwen en tijdens de perimenopauze kan de waarde sterk wisselen. De cyclusdag en het gebruik van hormonale anticonceptie of hormoontherapie moeten daarom altijd worden meegenomen.
Lever en stofwisseling
Omdat de lever oestrogenen verwerkt, kunnen leverwaarden aanvullende informatie geven. Denk aan ALAT, ASAT, GGT, alkalische fosfatase en bilirubine.
Ook glucose, HbA1c en insuline kunnen relevant zijn. Insulineresistentie en veranderingen in de vetverdeling komen vaker voor rond de overgang en kunnen de totale hormoonhuishouding beïnvloeden.
Welke combinatie geeft het breedste inzicht?
De verschillende testen beantwoorden elk een andere vraag:
| Test | Beantwoordt vooral de vraag |
|---|---|
| InnerBuddies microbioomtest | Hoe ziet mijn darmmicrobioom eruit en welke bacteriële functies zijn aanwezig? |
| Oestrogeenmetabolieten in urine | Via welke routes zijn mijn oestrogenen verwerkt en uitgescheiden? |
| Estradiol | Hoeveel estradiol is op dit moment in mijn bloed aanwezig? |
| FSH en LH | Hoe worden mijn eierstokken aangestuurd en past dit bij mijn levensfase? |
| Progesteron | Past mijn progesteronwaarde bij mijn cyclusfase en onderzoeksvraag? |
| SHBG | Hoeveel hormoonbindend eiwit is aanwezig? |
| Leverwaarden | Zijn er aanwijzingen voor leverbelasting of een leverafwijking? |
| Glucose, HbA1c en insuline | Hoe staat het met mijn glucoseregulatie en insulinegevoeligheid? |
De combinatie van microbioomonderzoek, oestrogeenmetabolieten en gericht bloedonderzoek kan een breder beeld geven. Maar ook samen vormen deze onderzoeken geen diagnose van een "verstoord estroboloom" of "oestrogeendominantie".
Wanneer is aanvullend onderzoek verstandig?
Onderzoek kan worden overwogen wanneer je:
- zowel darmklachten als hormonale klachten ervaart;
- tijdens de overgang duidelijke veranderingen in je spijsvertering merkt;
- wilt onderzoeken hoe je voeding beter op je darmmicrobioom kan worden afgestemd;
- meer inzicht wilt in de verwerking van oestrogenen;
- een veranderende of onregelmatige cyclus hebt;
- wilt weten of schildklier, ijzerstatus of stofwisseling mogelijk meespeelt.
Neem contact op met je huisarts bij onverklaard vaginaal bloedverlies, bloedverlies na de menopauze, bloed bij de ontlasting, onbedoeld gewichtsverlies, hevige buikpijn, aanhoudende diarree of andere ernstige klachten.
Niet alles is hormonaal en niet alles begint in de darm
De ontdekking van de microbioom-oestrogeen-as verandert de manier waarop we naar vrouwengezondheid kijken. Darmen, lever, voeding, stofwisseling en hormonen blijken onderdeel te zijn van een onderling verbonden systeem.
Maar dat betekent niet dat ieder overgangssymptoom door darmbacteriën wordt veroorzaakt. Ook bestaat er nog geen voedingsmiddel, probioticum of test waarmee het estroboloom eenvoudig kan worden "gereset".
Wat we wel weten: een gevarieerd, vezelrijk voedingspatroon, minder alcohol, voldoende beweging en een regelmatige stoelgang ondersteunen de darmgezondheid. Onderzoek kan vervolgens helpen om verschillende onderdelen van het grotere geheel zichtbaar te maken.
Niet om alle klachten aan één waarde te koppelen, maar om gerichter te begrijpen wat er in jouw lichaam speelt.
De visie van Fenna Sonnemans van InnerBuddies
"De relatie tussen het darmmicrobioom en oestrogeen is een veelbelovend onderzoeksgebied, maar we moeten voorkomen dat we te snel conclusies trekken. Een microbioomtest meet geen hormoonspiegels en kan geen hormonale aandoening vaststellen. Daarmee krijg je meer inzicht in de darmomgeving die betrokken kan zijn bij de verwerking van oestrogeen.
Wat ik belangrijk vind is dat vrouwen een uitslag niet gebruiken om zichzelf een 'oestrogeendominantie' of andere hormonale disbalans toe te schrijven."
- Fenna Sonnemans, COO InnerBuddies
Veelgestelde vragen
Wat is het estroboloom?
Het estroboloom is de verzameling darmbacteriën en bacteriële functies die betrokken zijn bij de verwerking, uitscheiding en mogelijke heropname van oestrogenen.
Kan een slechte darmflora voor te veel oestrogeen zorgen?
Darmbacteriën kunnen invloed hebben op de heropname van verwerkte oestrogenen. Het is echter niet bewezen dat een bepaalde samenstelling van de darmflora bij een individuele vrouw automatisch een te hoge oestrogeenwaarde veroorzaakt.
Meet InnerBuddies het estroboloom?
InnerBuddies meet de samenstelling van het microbioom en berekent bacteriële functies. Daarmee kunnen bacteriën en routes worden gezien die mogelijk betrokken zijn bij de oestrogeenstofwisseling. De test meet geen oestrogeen en stelt geen hormonale diagnose.
Welke test sluit het beste aan bij een microbioomtest?
De test voor oestrogeenmetabolieten in urine sluit inhoudelijk het beste aan. Daarnaast kunnen estradiol, FSH, LH, SHBG en eventueel progesteron de hormonale context in beeld brengen.
Kun je bèta-glucuronidase meten?
Bèta-glucuronidase kan in gespecialiseerde ontlastingsonderzoeken worden bepaald. De klinische referentiewaarden en betekenis voor individuele hormoonklachten zijn echter nog onvoldoende gestandaardiseerd. Een verhoogde uitslag bewijst niet dat iemand te veel oestrogeen heropneemt.
Kun je oestrogeendominantie met een test vaststellen?
"Oestrogeendominantie" is geen eenduidig gedefinieerde medische diagnose. Klachten die eraan worden toegeschreven, kunnen ook worden veroorzaakt door cyclusveranderingen, progesteronschommelingen, schildklierproblemen, stress, medicatie of de overgang.
Helpen probiotica bij hormonale klachten?
Voor sommige probioticastammen bestaan interessante onderzoeksresultaten, maar de werking is stamspecifiek. Er is nog geen probioticum waarvan is aangetoond dat het bij iedereen de oestrogeenhuishouding herstelt.
Op welke cyclusdag kun je hormonen het beste meten?
Dat hangt af van de onderzoeksvraag. Estradiol, FSH en LH worden vaak vroeg in de cyclus onderzocht. Progesteron wordt meestal ongeveer zeven dagen vóór de verwachte menstruatie gemeten. Tijdens de perimenopauze zijn waarden door sterke schommelingen moeilijker te interpreteren.
Vraag over je uitslag?
Laat een reactie achter. Onze specialisten helpen je graag.



