Mariska Angenent

Testen tijdens de (peri)menopauze en hormoontherapie
Tijdens de (peri)menopauze verandert je hormoonhuishouding fundamenteel. Veel vrouwen starten in deze fase met bio-identieke hormoontherapie om klachten te verminderen en hun gezondheid te ondersteunen. Maar hoe weet je of je therapie ook écht goed werkt?
Het meten van je hormonen speelt hierin een belangrijke rol. Wanneer je hormoontherapie gebruikt, is het zinvol om te controleren of je de hormonen goed opneemt, of je dosering passend is, of de toedieningsvorm (gel, oraal, etc.) optimaal voor je werkt, en of je mogelijk te weinig of juist te veel binnenkrijgt.
In de (peri)menopauze is het testen van hormonen vaak lastiger te interpreteren, omdat waardes sterk kunnen schommelen. Na de menopauze ligt dit anders: het lichaam maakt nauwelijks nog oestrogeen en progesteron aan, waardoor lage waardes verwacht zijn.
Testosteron is hierop een uitzondering. Door totaal testosteron te meten in combinatie met SHBG kan de Free Androgen Index (FAI) worden berekend — dit geeft inzicht in het beschikbare testosteron en of er sprake is van een tekort.
Maar hormonen zijn niet het hele verhaal. Klachten zoals vermoeidheid, slapeloosheid en stemmingswisselingen kunnen in de (peri)menopauze ook andere oorzaken hebben. Denk aan een trage schildklier, een hoog cortisol door chronische stress, een verstoorde darmflora (dysbiose), of tekorten aan bijvoorbeeld ijzer, vitamine B12 of vitamine D.
Testosteron
€ 39,-
Testosteron speelt bij zowel mannen als vrouwen een rol in energie, spierkracht, libido en...

Testen tijdens de (peri)menopauze en hormoontherapie
Tijdens de (peri)menopauze verandert je hormoonhuishouding fundamenteel. Veel vrouwen starten in deze fase met bio-identieke hormoontherapie om klachten te verminderen en hun gezondheid te ondersteunen. Maar hoe weet je of je therapie ook écht goed werkt?
Het meten van je hormonen speelt hierin een belangrijke rol. Wanneer je hormoontherapie gebruikt, is het zinvol om te controleren of je de hormonen goed opneemt, of je dosering passend is, of de toedieningsvorm (gel, oraal, etc.) optimaal voor je werkt, en of je mogelijk te weinig of juist te veel binnenkrijgt.
In de (peri)menopauze is het testen van hormonen vaak lastiger te interpreteren, omdat waardes sterk kunnen schommelen. Na de menopauze ligt dit anders: het lichaam maakt nauwelijks nog oestrogeen en progesteron aan, waardoor lage waardes verwacht zijn.
Testosteron is hierop een uitzondering. Door totaal testosteron te meten in combinatie met SHBG kan de Free Androgen Index (FAI) worden berekend — dit geeft inzicht in het beschikbare testosteron en of er sprake is van een tekort.
Maar hormonen zijn niet het hele verhaal. Klachten zoals vermoeidheid, slapeloosheid en stemmingswisselingen kunnen in de (peri)menopauze ook andere oorzaken hebben. Denk aan een trage schildklier, een hoog cortisol door chronische stress, een verstoorde darmflora (dysbiose), of tekorten aan bijvoorbeeld ijzer, vitamine B12 of vitamine D.


