(Nieuw) Antitrombine (AT3)
De Antitrombine III (AT3) test is een gericht bloedonderzoek waarmee de activiteit van antitrombine in het bloed wordt bepaald. Antitrombine is een natuurlijk eiwit dat de bloedstolling afremt en helpt voorkomen dat de stolling onnodig sterk of langdurig wordt geactiveerd.
Een verlaagde antitrombineactiviteit kan passen bij een tekort of een verminderde werking van antitrombine. Dit kan samenhangen met een verhoogde neiging tot het ontstaan van veneuze trombose (bloedstolsels in de aderen). Een tekort aan antitrombine kan erfelijk zijn, maar een verlaagde waarde kan ook andere, verworven oorzaken hebben.
Deze bloedtest is onder andere relevant bij:
- onderzoek naar een mogelijke erfelijke trombofilie (verhoogde stollingsneiging);
- een persoonlijke of familiale voorgeschiedenis van veneuze trombose;
- een verdenking op een tekort aan antitrombine;
- aanvullend onderzoek binnen een trombofilieonderzoek.
Antitrombine-deficiëntie behoort tot de belangrijkste erfelijke trombofilieën, naast onder andere proteïne C- en proteïne S-deficiëntie en Factor V Leiden.
Dit bloedonderzoek bestaat uit:
- Antitrombine 3 (AT3) – functionele activiteit
Het onderzoek wordt uitgevoerd op citraatplasma. De test meet in eerste instantie de functionele activiteit van antitrombine. Wanneer de activiteit verlaagd is, kan aanvullend onderzoek naar de hoeveelheid antitrombine (antigeen) nodig zijn om verschillende vormen van antitrombine-deficiëntie van elkaar te onderscheiden.
Een afwijkende uitslag betekent niet automatisch dat sprake is van een erfelijke antitrombine-deficiëntie. De antitrombinewaarde kan ook worden beïnvloed door bijvoorbeeld een recente trombose, leverziekte, ernstige ziekte, bepaalde medicatie of andere verworven omstandigheden. De uitslag dient daarom altijd in samenhang met de persoonlijke situatie en eventuele andere onderzoeksresultaten te worden beoordeeld.
Heb je hulp nodig bij de interpretatie van je uitslag? Onze experts staan klaar om je te begeleiden met passend advies.





